Fragment De leefwereld van Cantor

De Leefwereld van Cantor

Cobalus Cantor leefde zeer vreedzaam aan de rand van het bos in een vriendelijke kaboutersamenleving. Deze samenleving was gebaseerd op de Collectie van Genoegens. Het was voornaam om een grote collectie te hebben. De kabouters verzamelden geen geld of postzegels, geen goud of edelstenen, vastrentende waarden, zakelijke waarden en vastgoed…. maar genoegens. Genoegens die ze opdeden in het dagelijkse leven van de kaboutergemeenschap. Ze hadden hun metalen afgelegd. Elke vrijdag werd in het kabouterbos een Ruilbeurs van Genoegens gehouden.

De Ruilbeurs en de Collectie van Genoegens

Cantor had het eens uitgelegd: ‘Wel’, antwoordde Cantor,’ het is eigenlijk een verzameling van wat we nu aan het doen zijn. Het vertellen van verhalen over genoegens waardoor je van anderen weer genoegens terug ruilt. Hierdoor krijg je een verzameling van genoegens. Je verdient ze als het ware, bewust of soms ook onbewust. Het spreekt voor zich dat een dergelijke collectie van genoegens niet uitgedrukt kan worden in geld of metalen. Je kunt hem ook niet meten, zoals mensen zo graag doen: econometristen, accountants en edp auditors. Je krijgt er ook geen medaille voor – het genoegen is er gewoon, of niet natuurlijk, dat kan ook. Het genoegen op zichzelf kun je ook eigenlijk niet uitdrukken of over praten. Je kunt hem alleen maar ruilen en overdragen, maar nooit mee “Te Koop” lopen. Als kabouter dien je in het dagelijkse leven ten alle tijden je metalen af te leggen. Zelfs bij het instellen van een kabouterconditie, een genoegensvol ruilmoment, spelen metalen of materialistische zaken geen enkele rol.

De Collectie van Genoegens was al eeuwen het fundament van de samenleving, want: Wie niet netjes ruilt, die denkt ook niet netjes

Een aantal jaren geleden werd door de Breed Bek Brul Kikkers (lijst 3 BBBK in het troebele tweede haagpoeltje) besloten dat het bos ontwikkeld moest worden. Het bos diende geruimd te worden. Grote kantoren, winkels en woningen kwamen er in de plaats. Niet alleen de BBBK-ers lagen hadden het besloten, maar een klein groepje heren in enorme grote Beyer 17 cilinder auto’s bleek ook een aanzienlijke invloed te hebben. De heren citeerden vanuit hun kleine agenda’s wat de poelvoorzitter moest besluiten. Cobalus Cantor had als enige besloten zich te vestigen in de werkkast op de twintigste etage van het grootste kantoor. Vanuit hier ondernam hij zijn zoektocht naar de ethiek van mens en manager, met de Collectie van genoegens als referentiekader.